Een COPD-patiënt belt 's avonds met benauwdheid, een hartfalen-patiënt komt twee keer per maand op de praktijk voor een gewichtscontrole, een diabetes-patiënt verschijnt elk kwartaal voor een HbA1c-prik. Tussen die contactmomenten zit een gat waarin verergering kan beginnen en je het pas merkt als de patiënt weer aan de telefoon hangt. Telemonitoring vult dat gat met dagelijkse metingen die de patiënt thuis doet, zodat jouw praktijk eerder en gerichter ingrijpt. De vraag is niet of telemonitoring werkt, maar welk platform past bij jouw praktijk. Dit artikel zet Luscii, Quli en MijnQuarant naast elkaar, met de NZa-vergoedingsstructuur die er sinds 2025 onder ligt en de workflow automatisering voor huisartsen die je nodig hebt om de stroom data binnen kantooruren behapbaar te houden.
In het kort:
- Drie Nederlandse platforms (Luscii, Quli, MijnQuarant) domineren de telemonitoring-markt voor de huisartsenzorg in 2026.
- De keuze hangt af van patiëntpopulatie, HIS-koppeling, NZa-tariefcode-gebruik en welke chronische ziektebeelden je primair wilt monitoren.
- Vergoeding loopt via de M&I-verrichting en de POH-S-uren, niet via aparte tarieven. Reken op een netto-rendement zodra je 30 tot 50 patiënten in een programma hebt.
- De 5 vragen aan elke leverancier maken het verschil tussen een gladde implementatie en een platform dat na zes maanden alsnog wordt ingewisseld.
- Wie nu een platform kiest moet rekening houden met migratie-vriendelijkheid, want het ene jaar contract is het volgende jaar een lock-in.
Waarom telemonitoring 2026 anders is dan in 2022
In 2022 was telemonitoring nog een experimenteerruimte voor regionale ketenzorg-organisaties, met losse subsidies en pilots die zelden doorgroeiden. Dat is veranderd. De NZa publiceerde in 2025 een gestructureerde vergoedingsroute via M&I-verrichtingen en POH-S-uren, de LHV ondersteunt grootschalige uitrol, en zorgverzekeraars zoals VGZ schalen mee. Het gevolg: telemonitoring is geen kostenpost meer, maar een verrekenbare zorgvorm. Een praktijk die nu instapt heeft 12 tot 18 maanden voorsprong op de praktijken die wachten tot 2027.
Wat de keuze nu lastig maakt: er zijn drie sterke spelers met overlappende propositie en sterk verschillende prijsmodellen, integratie-mogelijkheden en uitbreidingspaden. Een verkeerde keuze betekent niet alleen drie maanden verloren implementatietijd, maar ook een datawisseling die patiënten alleen begrijpen als je het uitlegt.
Luscii: marktleider met ziekenhuis-DNA
Luscii is het bekendste platform en heeft de meeste integraties met ziekenhuiszorgpaden. Origineel ontwikkeld rond hartfalen-monitoring in samenwerking met OLVG, breidde Luscii uit naar COPD, hypertensie, astma en diabetes. Het platform werkt met "monitoringspaden" per ziektebeeld, waarbij de leverancier de meeste paden meelevert.
Sterke punten:
- 16+ kant-en-klare zorgpaden (hartfalen, COPD, hypertensie, astma, oncologie-nazorg)
- Sterke transmurale integratie, ook met tweedelijns specialisten in het ziekenhuis
- Bewezen schaalbaar (Coöperatie VGZ rolt het uit bij 16+ praktijken parallel)
- Goede integratie met grote HIS-systemen (zie ook ons artikel over het HIS-systeem dat de praktijk al gebruikt voor de koppelings-context)
Zwakke punten:
- Hoogste maandtarief van de drie (€2.500-€4.500 per praktijk afhankelijk van programma-omvang)
- Minder flexibel als je je eigen monitoringspad wilt bouwen
- Vereist intensieve onboarding, gemiddeld 4-6 weken voor een eerste programma live is
Past bij: middelgrote en grote praktijken (5+ artsen) met een actief ketenzorg-DNA en bestaande samenwerking met regionaal ziekenhuis.
Quli: flexibel met patient-app focus
Quli zet de patient-app voorop. Het platform is gebouwd vanuit het idee dat de patiënt eigenaar is van zijn gezondheidsdata en de huisarts inzage krijgt via een gedeeld dashboard. Dat is een wezenlijk andere insteek dan Luscii (waar de huisarts/specialist de regie heeft) en raakt direct de Persoonlijke Gezondheidsomgeving (PGO) discussie.
Sterke punten:
- Lichtere implementatie (2-3 weken voor eerste programma)
- Lagere instapprijs (€800-€1.800 per praktijk per maand)
- Goede integratie met PGO-stelsel (MedMij-gecertificeerd)
- Patiëntvriendelijke interface, ook voor 65+
Zwakke punten:
- Beperktere bibliotheek aan voorgedefinieerde zorgpaden (8 stuks)
- Minder geschikt voor complexe multi-conditie monitoring
- Rapportages naar de praktijk soms minder gestructureerd
Past bij: solo-praktijken en kleinere groepspraktijken (1-4 artsen) die snel willen instappen met een of twee chronische ziektebeelden.

MijnQuarant: gespecialiseerd op preventieve monitoring
MijnQuarant is jonger en specialistischer. Het platform richt zich op preventieve monitoring rond CVRM (cardiovasculair risicomanagement), diabetes en hypertensie, met een sterke focus op coaching-elementen voor leefstijl-veranderingen. Waar Luscii medisch-klinisch is en Quli patiëntgedreven, zit MijnQuarant op de gedragsverandering.
Sterke punten:
- Sterk in CVRM-stappenplan en leefstijl-coaching modules
- Concurrerende prijs (€1.200-€2.400 per praktijk per maand)
- Goede koppeling met bestaande POH-S-werkstromen
- Maandelijkse implementatie-coach inbegrepen
Zwakke punten:
- Beperkt tot ~6 zorgpaden (CVRM, DM, hypertensie, gewicht, stoppen-met-roken, COPD-licht)
- Geen integratie met ziekenhuiszorg (tweedelijns triage moet handmatig)
- Jonger product, kleinere referentie-praktijken-base
Past bij: praktijken met een actief CVRM-programma of een POH-S die graag op leefstijl-coaching zit.
Vergelijkingstabel: kosten, koppelingen, mobiele app, support
| Onderdeel | Luscii | Quli | MijnQuarant |
|---|---|---|---|
| Maandkosten praktijk (basis) | €2.500-€4.500 | €800-€1.800 | €1.200-€2.400 |
| Zorgpaden beschikbaar | 16+ | 8 | 6 |
| HIS-koppelingen | Promedico, Medicom, MicroHIS, OmniHIS | Promedico, MicroHIS | Promedico, Medicom |
| MedMij/PGO-certificering | Ja | Ja (kern-USP) | Ja |
| Implementatieduur (eerste pad) | 4-6 weken | 2-3 weken | 3-4 weken |
| Patient-app rating (App Store, gem.) | 4.5 | 4.7 | 4.3 |
| 24/7 support | Ja | Werkdagen + spoedpiket | Werkdagen 7-22 |
De maandkosten lijken hoog, maar verrekenen tegen de NZa-vergoedingen verandert het beeld. Per gemonitoreerde patiënt mag je een M&I-verrichting declareren, en de POH-S-uren die opgaan in het signaleren en opvolgen van afwijkende metingen tellen als reguliere zorguren. Een praktijk met 50 telemonitoring-patiënten dekt de Luscii-licentie ruimschoots uit de declarabele POH-S-uren plus de M&I-aanvullingen.
De 5 vragen om te stellen voor je tekent
Een proefopstelling met één platform tijdens een verkoopgesprek geeft een te roze beeld. Stel deze vijf vragen voorafgaand om de echte verschillen te zien.
- Welke HIS-koppeling heeft U live, niet "in ontwikkeling"? De koppeling met jouw HIS is het verschil tussen automatische data-import in het patiëntdossier en handmatig overtypen. "In ontwikkeling" betekent: minimaal zes maanden wachten, soms een jaar.
- Hoeveel praktijken zijn afgelopen 12 maanden uitgestapt en waarom? Een platform dat alleen instromers noemt verbergt het verlooppercentage. Vraag concreet aantal exits en de reden achter de meest recente.
- Wie regelt de eerste-lijn-triage als een meetwaarde de drempel overschrijdt? Sommige platforms sturen alarmen rechtstreeks naar de praktijktelefoon, andere routeren via een centrale dienst die alleen escalleert bij echte spoed. Het verschil voor jouw assistente: 50 alarmen per week of 5.
- Wat is jullie migratie-policy als wij na een jaar willen wisselen? Vraag concreet wie de data-export verzorgt, in welk formaat, en wat de kosten zijn. Een platform dat hier draait om de hete brij is bij voorbaat een lock-in.
- Hoe ondersteunen jullie de POH-S in de eerste 60 dagen? De praktijk-assistente moet een nieuw dashboard leren, nieuwe alarm-routes en nieuwe patiëntcommunicatie. Wie dat onderschat heeft binnen drie maanden een platform dat alleen door één enthousiaste arts wordt gebruikt.
Hoe de data je praktijk-workflow vorm geeft
Een telemonitoring-platform staat niet op zichzelf. De stroom monitoring-data moet ergens landen, getrieerd worden, en vertaald naar een actie (terugbellen, controle plannen, recept aanpassen, niets doen). Daar zit het verschil tussen "een platform aangeschaft" en "monitoring werkt in de praktijk".
De drie elementen die het verschil maken:
- Triage van afwijkende metingen. Niet elke afwijking is een actie. Een platform dat 80 procent ruis genereert pleegt aanslag op de assistente-lijn. Een ai chatbot voor huisartsen kan de patiënt vooraf vragen stellen ("benauwd in rust of na inspanning?") en pas escalleren bij echt onrustwekkende combinaties.
- Centraal klantbeeld. De monitoring-data, de consult-historie, de uitslagen, het herhaalrecept-overzicht: alles in één plek raadpleegbaar. Een crm voor huisartsen dat met telemonitoring koppelt voorkomt dat de huisarts drie schermen open moet hebben tijdens het consult.
- Na-uren opvang. Een hartfalen-patiënt die om 21:30 een alarm-meting heeft hoeft niet altijd HAP-zorg. Een ai telefonist voor huisartsen kan de niet-spoedeisende vragen opvangen en alleen escaleren bij echte rode-vlag-signalen.
Zonder deze drie laaglopen je platform-keuze het risico dat het beste platform binnen drie maanden voelt als een belasting, niet als een tool.
Migratie-strategie: wat doe je als je na een jaar wilt wisselen?
De grootste blinde vlek bij telemonitoring-keuzes is migratie. Een praktijk die in jaar 1 Luscii kiest en in jaar 2 toch naar Quli wil, ontdekt dat patiënten hun gegevens niet zonder meer overzetten. Een goede aanpak:
- Vraag bij contract-tekening expliciet om een data-export-clausule in machine-leesbaar formaat (CSV of FHIR), niet alleen "kopie van het dashboard".
- Beperk je in jaar 1 tot één zorgpad (bijvoorbeeld hartfalen). Een lock-in over één pad is hanteerbaar; over zes paden niet meer.
- Sluit patiëntcommunicatie via WhatsApp Business of SMS niet in het platform op. Houd dat in je eigen kanaal zodat patiënt-contact blijft als het platform verandert.
- Documenteer je drempelwaarden buiten het platform. Welk gewichtsverschil triggert een actie? Wat zijn jouw bloeddruk-grenzen? Dit zijn jouw klinische beslissingen, niet die van het platform.
Klein beginnen: een 90-dagen pilot
Niet drie zorgpaden tegelijk live. Een realistische volgorde:
- Maand 1: kies één zorgpad (vaak hartfalen of CVRM), één leverancier, één POH-S als eigenaar. Onboard 8-12 patiënten.
- Maand 2: breid uit naar 25-30 patiënten, evalueer de alarm-flow, pas drempelwaarden aan.
- Maand 3: Beslismoment. Werkt het platform voor jou? Bouwt het programma zichzelf terug via M&I + POH-S-uren? Zo ja, ga door en breid uit. Zo nee, bouw af voor de kosten oplopen.
Wil je weten welke van de drie platforms het beste past bij jouw praktijk-profiel en patiëntpopulatie? Vraag een wat kost ai voor huisartsen gesprek aan via Calendly, dan brengen we de keuze in een half uur in kaart. Onze Groei-of-Geld-Terug Garantie geldt op elk implementatie-traject dat hieruit komt.

